soil-loss

Het blad beschermen

Bodemverlies

Bodemerosie komt in de tropen veelvuldig voor als er geen preventieve maatregelen genomen worden. Het belangrijkste is het behoud van bodembedekkende vegetatie. Het aanplanten van overblijvende gewassen zoals thee moet leiden tot minder bodemverstoring en een permanentere bedekking dan met eenjarige gewassen. Desondanks kan zware regenval toch nog leiden tot veel bodemerosie als de bodem onbeschut is. Daarom moeten er in kwetsbare gebieden speciale maatregelen tegen bodemerosie worden genomen. Door de vraag naar grond van topkwaliteit voor de teelt kan het aantal ontginningsgebieden afnemen.

picture_big

Good Practice

Bodemerosie
Beplant het land langs de hoogtelijnen als het behoorlijk schuin afloopt. Dit is met name van belang op hellingen van 25 graden waarbij het gebruik van één rij olifantengras na elke tiende rij thee de beplanting langs hoogtelijnen kan optimaliseren. Olifantengras kan ook versneden worden voor mulch of veevoeder. Maak ongeacht de helling slibputten (of miniwaterbassins) in pas beplante gebieden om de afvloeiing tegen te gaan en het water vast te houden. Bij het ontwerpen en bouwen van de putten moet rekening gehouden worden met de veiligheid op het veld. De putten moeten worden onderhouden. Evalueer de milieueffecten en ontmoedig het gebruik van mechanische oogstmachines in alle gebieden waar de bodemerosie waarschijnlijk ernstig zal zijn. Besteed zorgvuldige aandacht aan het ontwerp en het onderhoud van de drainage. Indien mogelijk wordt het gebruik van afvoerkanalen met afsluiting en overloop, afvoerkanalen aan de randen van het veld en stenen steunmuren geadviseerd. In een afvoerkanaal dwars over de helling is de stroomsnelheid lager, waardoor er minder erosie optreedt. De afvoerkanalen moeten beplant worden met geschikt gras of andere bedekking om de grond stevig te houden. Deze bedekking moet wel onderhouden worden in verband met een goede doorstroming. Bodembedekkers (bijv. Nilgiri-margriet, gele margriet, citronellagras) aan de randen van het veld kunnen erosie aanzienlijk verminderen. Bodembedekking Plant zo snel mogelijk na de ontginning een bodembedekkend gewas. Zaai over het gehele land haver uit zodra het land gereed is voor bewerking en/of kies een geschikt lokaal alternatief zoals bonen, vingergierst of mais, dat kan worden versneden voordat het bloeit, en voor veevoeder kan worden gebruikt.
Ga op zoek naar alternatieven die bij het telen en in de zakken minder grond vereisen, en alternatieven voor wortelstekken, waaronder het gebruik van hernieuwbare bemestingsmiddelen in plaats van grond of zand.
Grond van topkwaliteit voor de teelt
Er moet grond van topkwaliteit worden gebruikt om te voorkomen dat het aantal ontginningsgebieden afneemt. Van oudsher werd er voor de teelt bosgrond gebruikt. De teeltgrond moet komen uit de gebieden die beplant zullen worden, zodat de grond tijdens het beplanten teruggaat naar het veld.
Mogelijke verbeterpunten
Onderzoek het planten van peulvruchten in plaats van haver als bodembedekker voor jonge thee. Alternatieven zijn mimosa en dolichos biflorus. Breid het gebruik van de snoeiresten van theeplanten uit om alle onbedekte bodem te bedekken die het risico loopt van ernstige erosie. Indien mogelijk moeten ook andere geschikte mulch worden gebruikt. Bekijk de lengte van de snoeicyclus om de tijdsperiode dat de bodem onbedekt is, terug te brengen. In gebieden die zeer geschikt zijn voor het verbouwen van planten, kan grof plukken een stijging van de "pluktafel" (het niveau waarboven de theebladeren worden geplukt) zodanig beperken dat de theeplanten elke vijf jaar in plaats van de gebruikelijke vier moeten worden geplukt. Deze werkwijze is echter niet vol te houden in bepaalde klimaatzones, waar ze kan leiden tot een afname in kwaliteit en een toename van ongedierte en ziektes zoals helopeltis, de kleine vruchtboomspintkever, mijt en tunstallia aculeata.

undefined